
Gepubliceerd op: 12 mei 2026
Rejection Sensitivity Dysphoria (RSD): hype, herkenning of wetenschap?
Rejection Sensitivity Dysphoria (RSD) is een term die veel wordt gebruikt binnen online gemeenschappen rondom ADHD en autisme. Meestal verwijst de term naar zeer intense emotionele reacties op afwijzing of kritiek. Mensen vertellen bijvoorbeeld dat zij dagenlang kunnen piekeren nadat een collega kortaf reageerde op een berichtje, of erg gespannen raken wanneer zij kritiek krijgen, zelfs als die kritiek mild bedoeld is.
Hoewel veel neurodivergente mensen zich in deze ervaringen herkennen, is RSD geen officiële medische diagnose en is er nog relatief weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. SAM-medewerker en ervaringsdeskundige Alvin van Asselt promoveerde op dit onderwerp en legt uit wat wij er wél over weten.
Waar komt de term RSD vandaan?
“RSD is best een oude term. In de jaren ’60 werd hij al gebruikt voor mensen die een specifieke vorm een depressie zouden hebben. Maar deze term werd nooit helemaal geaccepteerd en verdween weer snel.”
“Ongeveer tien jaar geleden werd de term opnieuw populair gemaakt door de Amerikaanse psychiater William Dodson. Veel cliënten met ADHD in zijn praktijk gaven aan dat zij erg heftig reageerden op afwijzing en kritiek. Voor sommige cliënten was dit zelfs het moeilijkste onderdeel van ADHD, terwijl er nauwelijks over werd gesproken.”
“Hoewel Dodson zijn ideeën niet baseerde op wetenschappelijk onderzoek, stelde hij wel dat deze gevoeligheid aangeboren was en voortkwam uit een andere breinwerking. Via populaire ADHD-websites kreeg de term vervolgens snel bekendheid. Veel mensen herkenden zichzelf hierin, niet alleen mensen met ADHD, maar ook mensen met autisme.”
Hoe wordt online over RSD geschreven?
Dat maakt RSD een bijzondere term. Het begrip komt uit de psychiatrie en heeft een vrij medische oorsprong. Tegelijkertijd wordt het veel gebruikt binnen online gemeenschappen die juist kritisch zijn op het medicaliseren van neurodivergente mensen. Hoe kan dat?
“Dat komt deels doordat veel mensen de term anders gebruiken dan William Dodson oorspronkelijk bedoelde. Sommigen gebruiken RSD bijvoorbeeld voor allerlei negatieve sociale ervaringen, terwijl anderen het vooral zien als een sterke angst voor afwijzing.”
“Veel neurodivergente mensen beschrijven RSD daarnaast niet als iets aangeboren, maar als iets dat ontstaat doordat zij in hun leven vaak zijn afgewezen of buitengesloten. Omdat RSD online op veel verschillende manieren wordt uitgelegd, herkent iedereen er zich er wel op een bepaalde manier in.”
Is er ook wetenschappelijk bewijs voor RSD?
“Dat bewijs is nog zeer beperkt. Studies laten wel zien dat neurodivergente mensen gemiddeld iets sterker kunnen reageren op afwijzing of kritiek, maar niet sterker dan sommige andere groepen, zoals mensen met sociale angst of borderline. Ook is er nog geen bewijs dat kenmerken van ADHD of autisme op zichzelf deze gevoeligheid veroorzaken. RSD gaat dus misschien minder over een ‘verkeerd brein’ en meer over wat iemand sociaal heeft meegemaakt.”
“Sommige wetenschappers gebruiken daarom liever meer algemene termen, zoals ‘afwijzingsgevoeligheid’ of ‘sociale pijngevoeligheid’, in plaats van RSD. Zij vinden dat deze termen beter passen bij wat we op dit moment wetenschappelijk weten.”
“Dat betekent natuurlijk niet dat RSD-ervaringen niet echt of niet heftig zijn. Neurodivergente mensen krijgen vaker te maken met zaken als stigma, afwijzing, kritiek, pesten en buitensluiting. Daardoor is het logisch dat zij hiervoor gevoeliger worden en kunnen deze gevoelens ook sterker op de voorgrond komen te staan.”
Behulpzaam of belemmerend?
Is praten over RSD dan goed of fout? Mogen neurodivergente mensen niet hun eigen woorden gebruiken voor hun ervaringen?
“Natuurlijk wel. Hun ervaringen verdienen serieuze aandacht, en de term RSD kan voor veel mensen helpend zijn. Het kan mensen met autisme en/of ADHD bijvoorbeeld helpen om hun gevoelens beter te begrijpen, zich minder alleen te voelen en minder schuldgevoelens te ervaren.”
“Tegelijkertijd zitten er ook mogelijke nadelen aan de manier waarop online over RSD wordt gesproken. Soms wordt RSD bijvoorbeeld voorgesteld als iets waar iemand weinig invloed op heeft of dat volledig vastligt in het brein. Dat kan bestaande stereotypen over neurodivergente mensen versterken en ervoor zorgen dat mensen minder vertrouwen krijgen in hun eigen mogelijkheden om met deze gevoelens om te gaan.”
Volgens Alvin is het belangrijkste daarom niet of mensen de term RSD wel of niet gebruiken, maar dat er op een genuanceerde manier over wordt gesproken.
Wat kun je aan RSD doen?
Natuurlijk is meer inclusie de beste oplossing om minder RSD te ervaren. Maar soms hoort afwijzing helaas bij het leven. Hoe kunnen neurodivergente mensen daar beter mee leren omgaan?
“Daar is nog relatief weinig wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Wel zijn er enkele studies onder mensen met autisme waaruit blijkt dat mindfulness en bepaalde sociale vaardigheidstrainingen angst voor afwijzing kunnen verminderen.”
“Mensen die zichzelf herkennen in RSD noemen daarnaast allerlei strategieën die voor hen helpend zijn. Bijvoorbeeld meer leren over afwijzing en emoties, afleiding zoeken, steun zoeken bij anderen of oefenen met zelfcompassie. Bij neurotypische mensen is er daarnaast wat bewijs voor medicatie, leefstijl (bijvoorbeeld meer bewegen, beter slapen of gezonder eten) en zelfs een warme kop thee vasthouden.”
Wat helpt, verschilt uiteindelijk sterk per persoon en situatie. Daarom is het vaak een kwestie van ontdekken wat voor jou werkt.

